Een enkelvoudige zin drukt één mededeling uit. Dat kan een vaststelling zijn, een vraag, een bevel, een aansporing, een duiding, wat dan ook. Een enkelvoudige zin kan zelfs uit één enkel woord bestaan. bv. "Vooruit".
Wanneer ge een onderdeel van de zin of de volledige zin verduidelijkt met een tweede zin (waarin een vervoegd werkwoord voorkomt), dan gebruiken we in onze taal een woord dat deze twee zinnen samenvoegt. Dàt d hiet e "voogwoord". Met 'èn', 'mor', 'wànt', 'dùs', het (keuze)'of' (a of b) worden twee zinnen naast elkaar gezet en blijven ze gelijkwaardig.
In de andere gevallen van afhankelijkheid, onrechtstreekse vraag, beperking, beschrijving, voorwaarden, bedoelingen, enz. gebruikt de Antwerpenaar steevast 'dat'. De voegwoorden waar geen dat kan achtergeplaatst worden, behoren niet tot zijn taal.
Omdàt, nadàt, opdàt, voordàt, totdàt, eerdàt, (swèngst dàt,) zonder dàt, b'halve dàt, in plaats dàt, zijn voorbeelden die in de omgangstaal al samen met het voegwoord dat gebruikt worden.
Indirecte vraag
Ik wèèt ni of dàttà woar is.
Hoo dàt ëm dà te wèète gekoume wàs, dor èm ek het groie nor.
Hà vroeg z'n aigen àf wor dàt d oungze Jan dà gevoungden hod.
Ik moest hëm vertèlle mè wèlleken hoamer dà kik dee kràm in de meur hod gesloage.
Afhankelijke bijzin
Noadà 'k mè hëm hod geklàpt, veel m'ne fràng.
Ieërdà ze 't duir hod, wàs er toch ne meneut of vaaf vërbaa.
(Al)hoowèl dà me roim oep taid woare, èn betold hodde, moeste me wàchte.
Swèngst dà golle olle koarten on 't goostèèke wort, wàs haa en pingt gon hoale on den toeg.
Sings dà ze mè de lotto gewonnen hèè, is 't in huiren bol gekroupe.
Wànnieër dàt hëm trùg nor hois komt, hèèt hëm er ni baa gezèè.
Tenzaa dà 'k vuir den teene thois zèn, moete ni oep blaave.
Hoo rapper dà ge 't doo, hoo (dès te) leever dà 'k 't hèm.
Uitzondering op de regel
- (als) A(s) ge 't nie verstoa, vroag 't dàn nog is.
- (al) Al hod hëm 't gevroagd, toch kwàm dà nog hàrd ouver.
Het gebruik van het voegwoord "dat" is ook van toepassing bij de betrekkelijke zinnen, na het betrekkelijk voornaamwoord die en dat in een al dan niet verkorte vorm als dà, nà, jà of à.
Betrekkelijke zin
- Dieë vèngt dieë nà/dà z'ne pàs ni oep zàk hod, hèmme ze mèè gepàkt voer verhoeër.
- En vraa, dee dà gin àfgestèmpelde tràmkoart kost loate zing, hod e procès on huir bieën.
- De vèngte, de vraawe, de màskes, dee dàt hëm hod oitgenoeëdëgd, woare ni oemgezing.
- Mà mooder, dee jà gaa vreuger rèègelmoateg in de zollezjie tèègekwomt, zit naa zèlef in e kàrreke.
Posts tonen met het label spraakkunst. Alle posts tonen
Posts tonen met het label spraakkunst. Alle posts tonen
maandag 29 juni 2009
vrijdag 26 juni 2009
Geslacht van woorden
Gender of nouns is in het Engels zeer eenvoudig. Alle personen zijn mann.(he-woord) of vrouw.(she-woord). Als er geen onderscheid wordt gemaakt tussen mannetjes- en wijfjesdieren, zijn alle niet-personen (it-woord) neuter (neutraal: di. geen van beiden) dus onzijdig. Het geslacht van Engelse naamwoorden heeft behalve de bezittelijke woorden geen invloed op de taal. Er zijn uitzonderingen te bedenken bij voertuigen, aardrijkskundige namen en misschien nog andere categorieën van woorden.
In het Frans zijn er slechts twee geslachten: un of une. In Romaanse talen heeft het geslacht een invloed op toegevoegde adjectieven, pronomina, lidwoorden.
In het Duits, Nederlands, Vlaams - wat andere Germaanse talen betreft waarschijnlijk ook - hebben substantieven een eigen geslacht. Waarom das Auto sächlich is, der Käse männlich en die Hand weiblich is, is historisch na te gaan.
In de Nederlandse standaardtaal gaat deze herkenning zienderogen achteruit, omdat ze niet meer gepaard gaat met een verschillende, onderscheidende uitspraak. Ons geheugen, onze hersen-database - wordt niet meer bij elk gebruik geoefend en een herinitialisering is niet meer gebeurd sinds onze kindertijd. Enkel het onderscheid tussen het- en de-woorden blijft voorlopig overeind.
In het dialect zorgt de uitspraak van lidwoorden, voornaamwoorden, bijvoeglijke naamwoorden en uitgangen voor de ononderbroken en bewuste herkenning van het geslacht van naamwoorden.
Nadat mij de vraag gesteld werd, welk geslacht waterlopen hebben, kwam mij tijdens het lezen van Noam Chomsky's 11 sept - Vragen en antwoorden, de volgende zin voor ogen: "Ik ben oprecht verbaasd dat iemand deze vraag zelfs maar kan stellen - vooral in Frankrijk, dat zijn eigen bijdrage heeft geleverd aan massale staatsterreur en geweld, wat toch zeker niet onbekend is."
Ik stelde mij de vraag: "En hoe zit het met de namen van landen?"
In het Frans mann.(au) vr.(en) of meerv.(aux).
In het Nl. is het rijk, het land, het gebied onzijdig. Naar analogie zijn namen van landen onzijdig. Maar de vraag stelt zich zelden, behalve met het betrekkelijk voornaamwoord dat, zoals in het voorbeeld.
Wat waterlopen betreft, spreken we in het dialect van een beek, een gracht, een rivier, een vaart, een sloot, (de vrouwelijke) het kanaal, het water, het meer, (de onzijdige) maar ne stroom, nen donk, (de mannelijke).
In verband met de regel van de analogie met hun grondwoord zijn naar mijn gevoel ne stroom wel mann. en een rivier niet vrouwelijk (hoewel stromen in het Frans Le Rhône, Le Saône wel mann., maar La Loire, La Garonne, La Seine vrouw.) Vlaamse rivieren voel ik ook als mannelijk: de Rupel, den Dijle, de Nete, den Demer, de Leie, den IJzer, ... is buiten zijn oevers getreden. Idem voor de Ourthe, de Vesder, de Samber.
Uitzonderingen 't Scheld en 't Schijn zijn onzijdig.
Beken en vaarten voel ik aan als vrouwelijk: De Zanderbeek, de Vrietselbeek, de Damse vaart is buiten haar oevers getreden.
Ook het woord "rivier" zelf is voor mij vrouwelijk.
In het Frans zijn er slechts twee geslachten: un of une. In Romaanse talen heeft het geslacht een invloed op toegevoegde adjectieven, pronomina, lidwoorden.
In het Duits, Nederlands, Vlaams - wat andere Germaanse talen betreft waarschijnlijk ook - hebben substantieven een eigen geslacht. Waarom das Auto sächlich is, der Käse männlich en die Hand weiblich is, is historisch na te gaan.
In de Nederlandse standaardtaal gaat deze herkenning zienderogen achteruit, omdat ze niet meer gepaard gaat met een verschillende, onderscheidende uitspraak. Ons geheugen, onze hersen-database - wordt niet meer bij elk gebruik geoefend en een herinitialisering is niet meer gebeurd sinds onze kindertijd. Enkel het onderscheid tussen het- en de-woorden blijft voorlopig overeind.
In het dialect zorgt de uitspraak van lidwoorden, voornaamwoorden, bijvoeglijke naamwoorden en uitgangen voor de ononderbroken en bewuste herkenning van het geslacht van naamwoorden.
Nadat mij de vraag gesteld werd, welk geslacht waterlopen hebben, kwam mij tijdens het lezen van Noam Chomsky's 11 sept - Vragen en antwoorden, de volgende zin voor ogen: "Ik ben oprecht verbaasd dat iemand deze vraag zelfs maar kan stellen - vooral in Frankrijk, dat zijn eigen bijdrage heeft geleverd aan massale staatsterreur en geweld, wat toch zeker niet onbekend is."
Ik stelde mij de vraag: "En hoe zit het met de namen van landen?"
In het Frans mann.(au) vr.(en) of meerv.(aux).
In het Nl. is het rijk, het land, het gebied onzijdig. Naar analogie zijn namen van landen onzijdig. Maar de vraag stelt zich zelden, behalve met het betrekkelijk voornaamwoord dat, zoals in het voorbeeld.
Wat waterlopen betreft, spreken we in het dialect van een beek, een gracht, een rivier, een vaart, een sloot, (de vrouwelijke) het kanaal, het water, het meer, (de onzijdige) maar ne stroom, nen donk, (de mannelijke).
In verband met de regel van de analogie met hun grondwoord zijn naar mijn gevoel ne stroom wel mann. en een rivier niet vrouwelijk (hoewel stromen in het Frans Le Rhône, Le Saône wel mann., maar La Loire, La Garonne, La Seine vrouw.) Vlaamse rivieren voel ik ook als mannelijk: de Rupel, den Dijle, de Nete, den Demer, de Leie, den IJzer, ... is buiten zijn oevers getreden. Idem voor de Ourthe, de Vesder, de Samber.
Uitzonderingen 't Scheld en 't Schijn zijn onzijdig.
Beken en vaarten voel ik aan als vrouwelijk: De Zanderbeek, de Vrietselbeek, de Damse vaart is buiten haar oevers getreden.
Ook het woord "rivier" zelf is voor mij vrouwelijk.
maandag 15 juni 2009
Getallen
Mille et une nuit - Duizend en een nacht. Dus geen nachten. Toch zeggen we 15 graden warm en niet graad. We zien geen graten in het onderscheid dat we maken tussen liter en liters, meter en meters kilo en kilo's, euro en euro's. Het enkelvoud van de maat is een uitvinding van de gestudeerde mens die wilde opvallen. Het gewoon volk zet in Antwerpen altijd een meervoud achter een meervoudig getal.
'Twieë leetërs woater, vaif mèètërs katoeng. Wà kost dà? Ting uirous.
In het Antwerps maken we er 'deuzënd èn iëne nàcht' van. Twieë nàchte, waarom dan niet 'het is ieën eur, twieë eure, àcht eure, èlëf eure'? In antwerps.be las ik onveranderlijk enkelvoud "ting uur, elf uur, twelf uur'. Dat is m.i. niet wat de doorsnee hier zegt of zei of - ik maak het nog persoonlijker - wat mij in de mond ligt, maar u kunt het met mij eens zijn of niet.
Quarante-et-un, soixante-et-onze, en dan uitzondering "quatre-vingt-un" zonder voegwoord. Eenenveertig, eenenzeventig, eenentachtig. In de zakenwereld zijn er mensen die getallen niet meer in het Nederlands doorbellen, maar in het Engels of het Frans om misverstanden te voorkomen. Het Engels is zijn Germaanse manier van tellen waarschijnlijk kwijtgespeeld sinds de lijfspreuk van het koningshuis 'Je maintiendrai' werd en overgeschakeld werd op de rekenkundig logischer manier van tellen van Pascal. Eerst de tientallen, gevolgd door de eenheden. Waar komt het voegwoord "et" voor het cijfer 1 vandaan en waarom is het overgebleven, dat is ook niet logisch. Het staat er maar en blijft overeind. Maar dat zal aan de conservatieve reflex van de francophonie liggen. De antiek niet overboord willen gooien.
Tot voor kort zette men in Great Britain nog 'and' tussen hundreds and units en thousands and units. Op de VRT zijn een aantal nieuwslezers en journalisten, die een voorbeeldfunctie hebben om Standaard (AN) te spreken, bezig uit opvalzucht het voegwoord 'en' in de reeks 1 tot 13 weg te laten uit de getallen met honderd en duizend. De Nederlandse standaardtaal en het merendeel van onze noorderburen doen dat ook. Ik heb geen enkele Nederlander ooit "twee duizend èn negen" horen zeggen. Waarom moet de Vlaamse voorbeeldspreker Noordnederlands in de mond nemen? Martine Tanghe heeft deze spreekmode in de ether ingevoerd na haar verblijf in Nederland. Ze werd nagevolgd door andere mensen van de nieuwsdienst, Sigrid Spruyt, helmboswuivende Siegfried Bracke, Midden-Oosten-reporter Jef Lambrecht. De stemmen van Els Leys, Kristien Bonneure, Griet De Craene, Jan Van Delm, Annelies Van Herck zijn blijkbaar het gebruik van het voegwoord verleerd. Hun moeders zullen het hun allicht anders geleerd hebben. Of zit er een andere politiek en tactiek van inheien achter? Is de Vlaamse Standaard te min?
Ook het Duits gebruikte 'und' zoals de Vlaming. Wanneer heeft Nederland afgehaakt? Ivan De Vadder is de man die ermee begonnen is de mensen tijdens de verkeersberichten om de oren te slaan met de file op de E411 (vierhonderd-elf). Het in ieder touring-bericht onveranderlijk gegarandeerd knelpunt E411 heeft de "èn elf" uitgerangeerd tot een onbewoond eiland, op enkele 'versprekingen' na. Op een onbewaakt ogenblik laat hij toch een steek vallen als hij de teletext-pagina van de lotto 700 èn 1 en 700 èn 3 aankondigt of in de litanie de niet-frequente E400 èn 3 in West-Vlaanderen vermeldt. In de laatste verkiezingsshow heeft De Vadder zich aan het gebruik van èn gehouden en zich niet versproken. Verder is er een massa kameleon-gedrag van al dan niet-gewilde versprekingen, waar de ene keer niet, de andere keer wel een voegwoord gebruikt wordt. Ben Crabbé gooit er soms een 200-één tussen, maar ge voelt dat hem dat niet ligt en dan schakelt hij toch weer over naar zijn moedertaal-reflex.
'Twieë leetërs woater, vaif mèètërs katoeng. Wà kost dà? Ting uirous.
In het Antwerps maken we er 'deuzënd èn iëne nàcht' van. Twieë nàchte, waarom dan niet 'het is ieën eur, twieë eure, àcht eure, èlëf eure'? In antwerps.be las ik onveranderlijk enkelvoud "ting uur, elf uur, twelf uur'. Dat is m.i. niet wat de doorsnee hier zegt of zei of - ik maak het nog persoonlijker - wat mij in de mond ligt, maar u kunt het met mij eens zijn of niet.
Quarante-et-un, soixante-et-onze, en dan uitzondering "quatre-vingt-un" zonder voegwoord. Eenenveertig, eenenzeventig, eenentachtig. In de zakenwereld zijn er mensen die getallen niet meer in het Nederlands doorbellen, maar in het Engels of het Frans om misverstanden te voorkomen. Het Engels is zijn Germaanse manier van tellen waarschijnlijk kwijtgespeeld sinds de lijfspreuk van het koningshuis 'Je maintiendrai' werd en overgeschakeld werd op de rekenkundig logischer manier van tellen van Pascal. Eerst de tientallen, gevolgd door de eenheden. Waar komt het voegwoord "et" voor het cijfer 1 vandaan en waarom is het overgebleven, dat is ook niet logisch. Het staat er maar en blijft overeind. Maar dat zal aan de conservatieve reflex van de francophonie liggen. De antiek niet overboord willen gooien.
Tot voor kort zette men in Great Britain nog 'and' tussen hundreds and units en thousands and units. Op de VRT zijn een aantal nieuwslezers en journalisten, die een voorbeeldfunctie hebben om Standaard (AN) te spreken, bezig uit opvalzucht het voegwoord 'en' in de reeks 1 tot 13 weg te laten uit de getallen met honderd en duizend. De Nederlandse standaardtaal en het merendeel van onze noorderburen doen dat ook. Ik heb geen enkele Nederlander ooit "twee duizend èn negen" horen zeggen. Waarom moet de Vlaamse voorbeeldspreker Noordnederlands in de mond nemen? Martine Tanghe heeft deze spreekmode in de ether ingevoerd na haar verblijf in Nederland. Ze werd nagevolgd door andere mensen van de nieuwsdienst, Sigrid Spruyt, helmboswuivende Siegfried Bracke, Midden-Oosten-reporter Jef Lambrecht. De stemmen van Els Leys, Kristien Bonneure, Griet De Craene, Jan Van Delm, Annelies Van Herck zijn blijkbaar het gebruik van het voegwoord verleerd. Hun moeders zullen het hun allicht anders geleerd hebben. Of zit er een andere politiek en tactiek van inheien achter? Is de Vlaamse Standaard te min?
Ook het Duits gebruikte 'und' zoals de Vlaming. Wanneer heeft Nederland afgehaakt? Ivan De Vadder is de man die ermee begonnen is de mensen tijdens de verkeersberichten om de oren te slaan met de file op de E411 (vierhonderd-elf). Het in ieder touring-bericht onveranderlijk gegarandeerd knelpunt E411 heeft de "èn elf" uitgerangeerd tot een onbewoond eiland, op enkele 'versprekingen' na. Op een onbewaakt ogenblik laat hij toch een steek vallen als hij de teletext-pagina van de lotto 700 èn 1 en 700 èn 3 aankondigt of in de litanie de niet-frequente E400 èn 3 in West-Vlaanderen vermeldt. In de laatste verkiezingsshow heeft De Vadder zich aan het gebruik van èn gehouden en zich niet versproken. Verder is er een massa kameleon-gedrag van al dan niet-gewilde versprekingen, waar de ene keer niet, de andere keer wel een voegwoord gebruikt wordt. Ben Crabbé gooit er soms een 200-één tussen, maar ge voelt dat hem dat niet ligt en dan schakelt hij toch weer over naar zijn moedertaal-reflex.
Abonneren op:
Posts (Atom)