maandag 15 december 2008

Gelezen - december 2008

Toen ik "Het Belgisch Labyrint" van Geert Van Istendael binnenbracht in de bib, stootte ik op het bij De Geus uitgegeven vertaalde "De Shock-doctrine" - de opkomst van het rampen-kapitalisme - van Naomi Klein. Ik ben aan 't lezen. Daarnaast vond ik de nog twee ontbrekende delen in de reeks Taal in stad en land "Vlaams-Brabants en Antwerps" van Miet Ooms en Jacques Van Keymeulen en het deel "Oost-Vlaams" van Johan Taeldeman.

Om de vijf te vervolledigen nam ik ook nog twee werken mee over taal.
Taal als mensenwerk - het ontstaan van het ABN - van Nicoline van der Sijs bij SDU en "Het verhaal van een taal - negen eeuwen Nederlands - van Jan W. De Vries, Roland Willemijns en Peter Burger bij Prometheus - Amsterdam (1993) mee, waarin ik de hoofdstukken over spelling verslonden heb.

Vergelijkende spelling - 001

Ik nodig u uit om onderstaande tekst om te zetten in uw Westvlaams, Oostvlaams, Limburgs, Kempens, Leuvens, Aalsters, ... enz. dialect. De tekst is niet echt bestudeerd om alle fonemen aan bod te laten komen. Er komt later alsnog een meer representatieve tekst in aanbieding. Rome en Parijs zijn ook niet op één dag gebouwd.
Uit de Gazet van Brussel van deze week heb ik één paragraafje gelicht en vertaald naar het AN en het Deurnes (bij Antwerpen)

EINDIGEN IN SCHOONHEID: OVER VRETEN EN ZUIPEN!
FINIR EN BEAUTÉ: OUVER FRETTEN* EN ZOEIPE*!
STOPPEN IEN SCHOEËNHAD: OUVER FRÈÈTEN EN ZOIPE!

De achtste les van de serie conversatietafels met Geert en
De achtste les van de seree konversoêsetoêfels* mè de Geert en
D'àchste lès vàn de seree konvèrsoasetoafels mè de Gieërt èn de

Robert. En zoals het spreekwoord zegt: de laatsten zijn de beste.
Robert. En gelak as* et spreikwoud zeit*: de leste zaain* de beste.
Robeir. En gelàk às dà 't spreikwourd zèè: de lèste zèn de bèste.

Deze les gaat immers over hoe je in 't Brussels bezig bent over
Deis* les goêt* oemes ouver ooda ge in ’t Brussels beizeg zet ouver
Dèès lès god oemes ouver hoodà g'in 't Brussels bèèzeg zèd ouver

eten en drinken, met andere woorden over vreten en zuipen. En daar is
eiten en drinke, mè ander wouren* ouver fretten en zoeipe. En do* es
èèten èn driengke mè àànder wourden ouver frèèten en zoipe. En dor ies

niet alleen uitleg bij, maar ditmaal brengt Geert ook een beetje
ni allien oeitleg baa, mo deize ki* bringt de Geert oek ’n betsje*
nie allieën oitlèg baaë, mor dèèze kieër brèngt de Gieërt oek 'n bietsje

van alles mee, zoals pain à la grecque, zoethoutstokjes,
van alles mei, gelak as pain à la grèque, kalisjestokskes,
vàn alles mè, gelàk às pei à là grèk, kalisjenoutestokskes,

enzovoort. Allee, echte Brusselse brol. Het eerste uur is dat nog
enzoevoesj*. Allei, echte Brusselsen brol. Et iesten eur es da nog
ènzoevoert. Allei, echtem Brusselsem brol. 't Ieësten heur is dà nog

altijd spreken over en het tweede zingen in het Brussels, maar daar zal
altaaid klappen ouver en et* twide zingen in et Brussels, mo do zal
àltà klàppen ouver èn 't twiede ziengen ien 't Brussels, mor dor zal

zeker ook wat ge... worden. Als je eens wil zien hoe
zeikerst* oek ewa gesmosjterd wëdde*. As ge ne ki wilt zeen* oo da
zeiker oek wà ge... wërre. As g'ies wielt zieng hoo dà

zulk een konversatietafel eruit ziet, dan kom je maar eens af. Dat
zoe’n konversoêsetoêfel er oeit zeet, dèn komde mo ne ki af. Da
zoeën konversoasetoafel der oit zee, dàn komde mor ies àf. Dà

gaat door in de Espace C in de rue Comtesse de Flandre nummer 4
goêt dui in den Espace C in de reu comtesse de Flandre numero 4
got duir ien den Espace C ien de reu comtesse de Flandre numerou 4

(Gravin van Vlaanderenstraat 4 in het mooi Vlaams) in Laken. Die
(Gravin van Vlaanderenstraat 4 in ‘t schuu* vloms) in Loêke. Dei*
(Gravin van Vlaanderenstraat 4 ien 't schoeë Vloms) ien Loake. Dee

straat loopt parallel met de rue Marie_Christine en in het verlengde
stroêt lei parallel met de reu Marie-Christine en in ‘t verlingde*
stroat lèèd èèvewaadeg/ on de reu Marie-Christine èn ien 't verlèngde
lèè pàràllèl
van het Willemplein. Op vrijdag 19 december van halfdrie tot halfvijf.
van de place Willems. Op* vraaidag 19 desember van 14.30 tot 16.30
van de Willemsplëts. Oep vraadàg 19 deesèmber vàn hallef draaë tot

<
eure.
hallef vaaëf.

vreten= fretten= frèèten
zuipen= zoeipe= zoipe
tafel= toêfel= toafel
zoals= gelak as= galak as da
zegt= zeit=zèè; zijn= zaain= zèn
dit= deis= dèès; gaat= goêt= god
woorden= woure= wourde
daar= do= dor
keer= ki= kieër
beetje (een weinig= betsje= bietsje
beetje(AN. kleine beet)= bètsje (Antw. preufbètsje)
voort= voesj= voert
het= et= 't
zeker= zeikerst= zeiker
worden= wëdde= wërre
zien= zeen= zeeng
mooi= schuu= schoeë
die= dei= dee
verlengde= verlingde= verlèngde
op= op= oep
 

donderdag 11 december 2008

Fonologische transcriptie

Tussen haakjes staat de (AN-spelling).

friet (friet) - frùt (frut)

balleke (balletje) - bolleke (bolletje)

bèl (bel) - boil (buil)
bèd (bed) - boit (buit)

duir (deur) - doar (daar = ginder)

meer (mier) - miër (meer dan)

meur (muur) - moeër (moor = waterketel)

kàk (kak) - kok (kok)

stààr (ster) - steur (stuur)

naa (nu) - noa (na)

zëreg (zorg) (beklemtoonde e) - zùreg (zurig)
en 2e deel van een tweeklank (naslag)

maid/mait (meid/mijt) - moet (moet)

keilen (kelen) - koule (kolen = brandstof)
keis (kaas) - kous (kous)

schroof (schroef) - schrèèf (schreef)
boor (boer) - beer (bier)

kooie (koeien) - koeie (kooien)

kààrek (kerk) - en, de, het (een, de, het)

Foneem-inventaris

friet /ie/ en frut /ù/

balleke /a/ en bolleke /o/

bel - bed /è/ en buil - buit /oi/

deur /ui/ en daar (ginder) /oa/

mier /ee/ en meer (dan) /ië/

muur /eu/ en moor (waterketel) /oeë/

kak /à/ en kok /o/

ster /àà/ en stuur /eu/

nu /aa/ en na /oa/

zorg /ë/ (beklemtoonde e) en zurig /ù/
en 2e deel van een tweeklank (naslag)

meid /aë/ en moet /oe/

kelen-kaas /èè/ en kolen (brandstof)-kous /ou/

schroef-boer /oo/ en schreef /ei/ - bier /ee/

koeien /ooi/ en kooien /oei/

doffe e /e/ (onbeklemtoonde sjwa) svarabhakti

woensdag 10 december 2008

Spelling

Ik citeer Jacques Van Keymeulen uit Vlaams-Brabants en Antwerps in de reeks Taal in stad en land, p.42-43.

Het is perfect mogelijk om een spelling te ontwerpen voor een plaatselijk dialect. Daartoe moet men allereerst inzicht hebben in de klankstructuur van dat dialect en meer bepaald de zogenoemde foneeminventaris van het dialect opstellen.

Fonemen komt men onder andere op het spoor door woordparen te vormen die in één klankkenmerk verschillen en tegelijk verschillende betekenissen hebben. In het A.N. opponeert haas met hees door de tegenstelling aa - ee en er is betekenisverschil: aa en ee zijn dus twee fonemen.

In vele Brabantse dialecten kan men - in tegenstelling tot het A.N. - een dergelijk woordpaar vormen met de korte ie en de lange ie: als vies 'vis' tegenover vie:s 'vies'; lange en korte ie zijn in die dialecten verschillende fonemen.

In een ideale spelling heeft men één letter voor één foneem, maar het Nederlands (met 35 fonemen) wordt met het Latijnse alfabet geschreven en we moeten ons dus met 26 letters behelpen. Dialect kan geschreven worden met het fonetisch schrift, maar in de dialectliteratuur probeert men dialectspellingen voor het gemak zo goed mogelijk te laten lijken op de bekende Nederlandse spelling.

Discussies over spelling zijn doorgaans zeer verhit, of ze nu gaan over de spelling van het Nederlands of over die van een dialect. Wat er ook van zij, belangrijk is dat men over een bepaalde spelling - die hoe dan ook altijd benaderend is - een akkoord moet trachten te bereiken. Voor het Brabants is er een zogenoemde referentiespelling voorhanden, die gelukkig door fonologisch geïnformeerde personen is opgesteld en die kan dienen voor alle Brabantse dialecten. Hieronder volgt een overzicht voor de klinkers en medeklinkers, voor meer details verwijzen we naar "Hoe schrijf ik mijn dialect", 1999.

De sjwa wordt als <e> gespeld, zoals ook de naslag in sommige tweeklanken:
broeëd 'brood' of mééës 'meers' De medeklinkers worden gespeld zoals in het Nederlands, de <sj> voor de beginklank in sjaal en <zj> voor de beginklank in genre.

Ik ga proberen een foneeminventaris te maken voor het Antwerps en die te vergelijken met de spelling van verschillende 'schrijvers'.

zondag 7 december 2008

o en oo

Hopen in de betekenis van "een gunstige verwachting koesteren ten opzichte van iets dat men wenst of begeert" wordt uitgesproken als
/ë oe pë/.

Er is ook het meervoud van het zelfstandig naamwoord "een hoop" (een bergje): hopen. De uitspraak hiervan is /oe ë pë/. Dezelfde klanken maar in omgekeerde volgorde.

Koper /kë oe për/ wordt maar gestolen omdat er een koper /koe ë për/ voor is.

Witte of rode kolen /koe ë lë/ zijn groenten. De continu (vulkachel) vulden we met kolen /kë oe lë/ (antraciet 20/30).

In een vorige spelling (voor WOII) werd het onderscheid tussen beide betekenissen gemaakt met enkele o of dubbele oo. (cfr. De Mechelse cathechismus)

zondag 16 november 2008

Gelezen oct-nov 2008

Ik heb enkele weken mijn lier in de wilgen gehangen mede omwille van familiale omstandigheden, maar ook omdat ik mij wilde herbronnen, mijn bronnen wilde verbreden.
Ik ben op zoek gegaan naar een paar titels in
de reeks Taal in stad en land en heb nu
het Brussels door Sera Devriendt,
het Stadsantwerps door Georges De Schutter en Jan Nuyts, en
het Westvlaams door Magda Devos en Reinhild Vandekerckhove achter de kiezen en
ik heb de woordenlijsten uit
het groot Sinjorenboek van Freddy Michiels en
uit Het Antwerps dialect van Jack Degraef
aan den tand gevoeld en op de rooster gelegd.

Ik was ook blij verrast door de reactie van godzjumenas op mijn eerste bericht aan de wereld. Ik begin zijn spelling hoe langer hoe meer te appreciëren, hoewel ik blijf zoeken naar verbetering (beroepsmisvorming in de zin van 'beter maken').