Posts tonen met het label letters. Alle posts tonen
Posts tonen met het label letters. Alle posts tonen

maandag 19 april 2010

Het in Kuilen hoeëre dongdere

Hier de copie van mijn antwoord op de spelling van Keuningsplentje in het blogbericht van Lieve VdB van donderdag 15 april 2010 op de WereldMorgen.be.

Door haloewie, 19.04.2010 - 13:31
Spelling van het Antwerps

Bang om de Antwerpenaar plat te confronteren met zijn uitspraak, als ge toch zijn dialect wilt schrijven? Liever verkavelingsantwerps?

Het (Pieter?) De Coninckplein. Net als voor het Sint-Jansplein spellen sommige Antwerpenaars hun taal niet op de manier zoals ze die spreken.

In 'koning' - niet alleen de naam van de wever uit Brugge - hoor ik de tweeklank 'ui' uit de standaardtaal of althans het eerste deel ervan: de lange, doffe e. Ook het plaatselijk bier draagt dezelfde naam. Een bolleke Kuining.

Zou het dan niet doidelijker zijn om over ' kuiningsplàntsje ' in plaats van over ' Keuningsplentje of -plèntje ' te schrijven? Op die manier zou Jàn zongder Vrieës het ook geschreven hebben, als zijn grootje Nèèltsje hem had leren schrijven.

Tsingt-Jààns-plaain is de correcte Antwerpse uitspraak om de alliteratie (letterrijm of stafrijm) Tsj te ontkrachten. De volksetymologie heeft deze eerder Chinees-aandoende vorm in het leven geroepen. Tsjing Tsjangs plaain.

Als ik mensen het hoor hebben over Singt Jàn, dan versta ik dat als de Bisschoppelijke middelbare school tussen de Meir en de Jodenstraat. Soms gevolgd door 'Bààrëchmàns', maar zonder t ervoor en zonder sj in het midden.

Te Winkel en De Vries huldigden al het principe van 'schrijf zoals ge spreekt'. Blijkbaar was er toen geen linguagraaf (een taalschrijver) van het kaliber van een Ortelius, een Vesalius of een Mercator die naast de spelling van de lingua franca ook die van de plaatselijke dialecten in kaart kon brengen.

In het Antwerps komt de eu-klank uit de standaardtaal wel voor in een beperkt aantal woorden, die in diezelfde standaardtaal gespeld worden met "oe" of "uu". Veule, zeuke, de meuren oplopen, mijn breur, zeur of zeut. (voelen, zoeken, de muren .., broer, zuurzoet). Het vraagt een inspanning om te luisteren naar de uitspraak. Aan het woordbeeld zult ge dan ook moeten wennen, als ge op deze manier wilt schrijven.

Google eens op "haloewie", "godzjumenas" of "krommenaas" om kennis te maken met de uitersten (wat primeert: uitspraak of woordbeeld?).

dinsdag 13 april 2010

En hèdde ga muibele, ...

" Vougeltsje, gaa zè gevànge,
in e kotsje / kotteke zulde gaaj hànge,
gaa blèvd heer,
gaa blèvd heer,
leeve vougel, gaa blèvd heer.
"

Zo wordt op menige bruiloft gezongen, naast
" En hèdde ga muibele,
èn hèdde ga hoisgereef,
dàn muide ga traawe
mè oe leef, aawe zot!
"

Meubelen en mogen zijn de twee ui-klanken in dit volkse refreintje.

Hier volgt een verzameling woorden die met een lange doffe e uitgesproken worden, fonetisch weergegeven als /.e:/ of [ œ: ] en waarvan ik het woordbeeld met "ui" in plaats van "eu" op een rijtje wilde zetten. Wordt ons oog daaraan gewoon, gewend?













(meubel)
Ik heb dees muibeltjes op de Vrijdàgmàrkt gekocht.
(deur)
Ge moet niet bellen, ge kunt gewoon làngs d'àchterduir binnen.
(mogen)
Màk is proeven? Vànaaiges, ze muigen is proeven, hé bommà?
(keuze)
G' hè(b)t geen kuis. 't Is 't een of 't àànder.
(treurwilg)Nen truirwilg is ne schonen boom op 't kerkhof.
(beukenootje)Den tijd van de buikenotsjes is voorbij. 't Is lente.
(koning)Kom, we gaan een bolleke kuining drinken.
(reus)We hebben ne ruisàchtigen eik zien staan.
(vleugel)Wie dàt er zijn vluigels wil uitslagen, gaat met mij mee.
(veel)Ge moet niet vuil geld hemme om plezier te maken.
(naar voor)"Laat de klein mannen maar naar vuir komen", riep de gids.

zondag 28 juni 2009

De A-klanken (2) < vs > de letter a/aa

Het go ni ouver d'aa klàànke in 't Aàntwààreps, mor ouver de A-klàànke.

Dëgèène dieë dà goo lëstert, kàn ongderschaid moake tùsse 2 oupen A-klàànke. Den ieëne wërt vàn vuir in de moungd oitgesprouke, den ààndere in de keil.

De kërte vërm vàn dee keil-a hoord' allieën in en gesloute lèttergrèèp, di stopt oep d'Aàntwààrepse èn d'Engelse keil-l gelàk às in 'soep mè ballekes', 'à spèlt vals', 'en dal èn nen dal', 'ne stal', 'e geval', 'zal vàn zulle', enz.

Al d'àànder gesloute lèttergrèèpe hèmmen en schààrepe, Fràànse à gelàk às in 'gemàk', 'in 't zàk zètte', 'dàbbe', 'ràppe', 'de voile wàs oithànge', 'en pànlàt', 'vlàm, dor heddet kot'.

Oitzongdering oep de rèègel:
Dèès Fràànse, schààrepe à hoorde in -ang, -and, -ank, ant, amp, arm; bv. in lang > làànk, mand > màànd, bank > bàànk, want > vàn wàànte wèète, lamp > tèège de lààmp loepe, warm > het wààrëm woater oitvingde;

Oek de -erg, -erk en -erp wërren hetzèlfden oitgesprouken às en schààrepe àà in dwerg > nen dwààrëg, zerk, kerk > de zààrëke oep 't kààrëkhof, èn ontwerp > ongtwààrëp, scherp > schààrëp.

Schit ouver de lànge keil-aa, dee m'hoeëre in wourden met ou(w), au(w) of u(w) èn às ieëste dieël vàn den twieëklàànk ij en ei. bv. vrouw > vraa, klauw > klaa, duwen > daawe èn snijden > snaie, blij > blai, eieren > spèk mè j aire of aare.

Dèès keil-aa is on en oepmàrs bèèzëg in het verkoavelings-vloms en bèèzëg de schààrepe àà te verdrùkke in d'oemgàngstoal, wordà ze d'ieënëge èn normoal oitsproak is.

090615 23:32 =============================================

In 't Antwerps zijn er 2 open a-klanken. Den ene wordt van voor in de mond uitgesproken, den andere vanachter in de keel.

aa, dàt doo(t) zeer. Den doktour vroagt soems: zègd is aa èn dàn zeet hëm in oe keil, swèngst dat hëm mè ne lèèpel oe toeng nor benèèje dout.

Dèès aa hèè ne kërte vërm a. Dien hoord allien in en gesloute lèttergrèèp às er en voil Engelse l volgt. bv. in soep mè ballekes, à spelt vals, nen dal èn en dal, ne stal, e geval, zal vàn zùlle, ènz.

Al d'àànder gesloute lèttergrèèpen hèmmen en schààrepe Frànse à gelàk às in gemàk, zàk, dàbbe en bàbbele, ràppe, de wàs doen, een pànlàt, vlàm, dor eddet kot!

Uitzondering op deze regel: die à wordt langk uitgesproken in een gesloten lettergreep met als laatste letters ng langk dure, nd een mand voor de komisjes, nk op een bank in 't park, mp er zit een vlieg aan de lamp, nt van wanten weten, rm 't warm water uitvinden, rp wandelen in 't park.

Ook de e voor rg, rk, rp wordt met een lange àà uitgesproken: het signaal voor den Antwerpenaar dat 't stinkt of dat iet vies is.
Aà, dà stinkt, stront aan de knikker voor erg, zerk, merk, scherp, werken.

Tegenover de scherpe, lange àà staat dan de lange keel-aa, die geschreven wordt als au(w), ou(w), u(w)
bv. vrouw > vraa, mouwveger > maavèèger, blauw > blaa, gauw > is gaa iet fikse, duwen > daawe, rauw groenten > raa grùngte, nu > naa van aa, dà doo(t) zeer.

Deze aa is haar opgang aan 't maken in de Vlaamse omgangstaal (het verkavelingsvlaams) en dreigt de open, scherpe àà van het AN te verdringen.

De lange keel-aa is ook de eerste klinker van de tweeklank gestipte ij en ei in aire/aare of joeng?, blaa (blij) vàn oe trug te zieng, e glàs wijnazijn, klein maar fijn, twijfelen en weifelen, genen blijf mee weten.

Wat schrijf ik : drei köninge of drij kuininge?

Braaf of grave is een a-klank, graaf is een o-klank.

=============================================

Wie de letter a/aa in de beschaafde omgangtaal - alsof het dialect onbeschaafd zou zijn - vertaald naar het Aàntwààreps heeft een gamma aan klanken nodig.

àà in (mand),
oa in (staat, zowel het ww. als het zn.),
ei(r) in (klaar = helder of gereed),
è in (twaalf),
ë in (maand),
o in (-straat),
a in (stal),
oi in (kade - kaai),
à in (wa(t)),

zie ook Tàànder Aàntwààreps http://tanderantwerps.blogspot.com/2009/01/tnder-antwreps.html

dinsdag 6 januari 2009

Foneem-vergelijking

ràp(pe) = 1. bn. snel 2. een manier van zingen
rèppe = ww. snel handelen
roope = ww. luid spreken (roept = verkorte 2e en 3e)
roape = 1. ww. van de grond opnemen 2. mv. wortelgewas
reepe = ovt. van roepen
rieëpe = stroken (stof, leer, papier)

voer = ten voordele van
vër = verkorte vorm van voor
vuir = voor (plaats/tijd) vuir de duir - vuir veer eure
vààr = verwijderd van
vour = ploegstreep
veur = wat in brand staat
vèèr = 1. ga met de boot 2. vogelpluim
voar = niet gewend zijn
veer = cijfer 4

bàk = hoeveelheid bier
biek = eten, voedsel
bèk = vogelmond
boek = leesvoer
boik = verteringsplaats
bèèk = smalle waterloop
buik of (beuk - arch.) boom - houtsoort
bok = man van schaap/geit, turntoestel
bouk(e) = boterham

maandag 5 januari 2009

Tàànder Aàntwààreps

De bestandsnaam van een blog veranderen is een verregaande ingreep. Voor diegenen die een verbinding met Taender Aentwaereps hadden gemaakt. Mijn verontschuldigingen. Met welk symbool (letterteken) de scherpe Franse àà als lange klinker ook aangegeven wordt, doet eigenlijk niets ter zake. Maar omdat ik de lange aa had voorbehouden voor "bouwen", "gauw", "nu" en "u", maar ook voor ei/ij, was het logisch ze als korte a te gebruiken voor een l. De korte à klank (Frans en scherp) kàt, zàk heeft een lange tegenhanger in kààrek, wààrem.

Maar dat was buiten de waard gerekend, want Blogger neemt geen diacritische tekens aan in bestandsnamen. Vandaar dat deze blog nu alleen oproepbaar is met http://tanderantwerps.blogspot.com/ en niet als tàànderààntwààreps, hoewel deze spelling als nog onbestaand werd bestempeld. Er werd niet bij vermeld dat die bestandsnaam niet aanvaard werd. Eigenmachtig, zonder mijn toestemming heeft Blogger de naam aangepast zoals hij nu is.

En het blijft voor mij als een paal boven water staan dat het letterteken a/aa in een AN woord in de meeste gevallen als een lange tegenhanger van log, kot, mok in het Antwerps loage, koater, moake wordt uitgesproken.

De mand staat klaar in de Twaalfmaandenstraat wordt in het Antwerps
De màànd stoa kleir in de Twèlefmëngdestrot.

zaterdag 20 december 2008

Korte en lange klinkers

Korte en lange klinkers onderscheiden zich niet in de natuur van de klank, enkel in lengte, nl. de tijd hoelang de klinker aangehouden wordt of klinkt.

èè is de lange uitgave van è. Weten (wèète) - ket (kèt)

oe is altijd kort. De lange AN oe wordt oo in het Antwerps

ù (rug) is de scherpe, korte tegenhanger van uu die in het Antwerps als eu voorkomt. (oem de meuren oep te loëpe)

ui is de lange vorm van de doffe e (kort, al dan niet beklemtoond)

à (mat) is de korte vorm van àà (durven)

a (gevolgd door l - stal) wordt lang in aa (u, vrouw en gauw)

o (rot) wordt lang in oa (bloaze)

ie is kort/halflang, de lange ie wordt ee (mier - meer)

(wordt vervolgd)

maandag 15 december 2008

De spreker doet een beroep op de stemmer

De Antwerpse Jan-met-de-pet doet een beroep op de blinde pianostemmer. Wat horen we? en wat zeggen we?

Zeggen we wel wat we horen? of Horen we niet goed wat we zeggen?

Toen ik het artikel over Keufke en de Castafiore herlas, maakte ik me de bedenking als ik geschreven zag staan d'Avontuere van Keufke:
Wat zeggen de mensen als ze "avonturen" of "avonduren" zien staan?
àvonteure of àvontuëre en oavonteure of oavontuëre?
De Nederlandse eu of uu(ë) of ui? (zeur, zuur, zuil)

Kuifje wordt als verkleinwoord kuifke verkort tot këfke (met korte, beklemtoonde doffe e. Kuif wordt als koif /koa.ef/ uitgesproken.
Zit er ook waarheid in de spelling Keufke? De korte u van het Westvlaamse "mug" lijkt ook op een doffe e. De eu van AN. deur is zeker niet in het geding. Het is en blijft een doffe e. Maar. Ik kan de naam van de reporter niet weergeven als Kefke, omdat in het Nederlands de enkele e in een gesloten lettergreep als è (van zèt, mèt, bèd) wordt uitgesproken.

Köfke doet mij nog te veel aan den Dolf denken en de massa Kreuze op soldatenkerkhoven. Bent u het eens om onze held toch Këfke te noemen?

Dan schrijven we ook petëzze in plaats van peteuzze, begëzze, mëzze, bërst, rëst, flëstere, dëster, koerëzje.

We behouden de eu voor meur ipv. muur en breur ipv. broer en schuiven dus ook naar kluir op ipv. kleur. Napoleon heeft ons couleur leren bekennen. Maar de Sansculotten hadden niets in de pap te brokken. Of zeggen we niet wat we horen?

Er is ook een verschil tussen de aa en de àà. Zot van aa. En van Aàntwààrepe! Tussen de aa van naa (AN. nu) gaa (AN. gauw) en kaa (AN. kou) en de àà van wààrek (AN. werk), dààrem (AN. darm), tàànd (AN. tand) of tàànt (AN. tante).

Zeggen we meer als we mier bedoelen? Meir als we een meer (ne plas water) bedoelen?
Miër als we meer (groter dan) willen zeggen?

Zeggen we mooder als we moeder lezen? En boor als we het over nen boer hebben?
Of is het mouder? En bour?
 

Vergelijkende spelling - 001

Ik nodig u uit om onderstaande tekst om te zetten in uw Westvlaams, Oostvlaams, Limburgs, Kempens, Leuvens, Aalsters, ... enz. dialect. De tekst is niet echt bestudeerd om alle fonemen aan bod te laten komen. Er komt later alsnog een meer representatieve tekst in aanbieding. Rome en Parijs zijn ook niet op één dag gebouwd.
Uit de Gazet van Brussel van deze week heb ik één paragraafje gelicht en vertaald naar het AN en het Deurnes (bij Antwerpen)

EINDIGEN IN SCHOONHEID: OVER VRETEN EN ZUIPEN!
FINIR EN BEAUTÉ: OUVER FRETTEN* EN ZOEIPE*!
STOPPEN IEN SCHOEËNHAD: OUVER FRÈÈTEN EN ZOIPE!

De achtste les van de serie conversatietafels met Geert en
De achtste les van de seree konversoêsetoêfels* mè de Geert en
D'àchste lès vàn de seree konvèrsoasetoafels mè de Gieërt èn de

Robert. En zoals het spreekwoord zegt: de laatsten zijn de beste.
Robert. En gelak as* et spreikwoud zeit*: de leste zaain* de beste.
Robeir. En gelàk às dà 't spreikwourd zèè: de lèste zèn de bèste.

Deze les gaat immers over hoe je in 't Brussels bezig bent over
Deis* les goêt* oemes ouver ooda ge in ’t Brussels beizeg zet ouver
Dèès lès god oemes ouver hoodà g'in 't Brussels bèèzeg zèd ouver

eten en drinken, met andere woorden over vreten en zuipen. En daar is
eiten en drinke, mè ander wouren* ouver fretten en zoeipe. En do* es
èèten èn driengke mè àànder wourden ouver frèèten en zoipe. En dor ies

niet alleen uitleg bij, maar ditmaal brengt Geert ook een beetje
ni allien oeitleg baa, mo deize ki* bringt de Geert oek ’n betsje*
nie allieën oitlèg baaë, mor dèèze kieër brèngt de Gieërt oek 'n bietsje

van alles mee, zoals pain à la grecque, zoethoutstokjes,
van alles mei, gelak as pain à la grèque, kalisjestokskes,
vàn alles mè, gelàk às pei à là grèk, kalisjenoutestokskes,

enzovoort. Allee, echte Brusselse brol. Het eerste uur is dat nog
enzoevoesj*. Allei, echte Brusselsen brol. Et iesten eur es da nog
ènzoevoert. Allei, echtem Brusselsem brol. 't Ieësten heur is dà nog

altijd spreken over en het tweede zingen in het Brussels, maar daar zal
altaaid klappen ouver en et* twide zingen in et Brussels, mo do zal
àltà klàppen ouver èn 't twiede ziengen ien 't Brussels, mor dor zal

zeker ook wat ge... worden. Als je eens wil zien hoe
zeikerst* oek ewa gesmosjterd wëdde*. As ge ne ki wilt zeen* oo da
zeiker oek wà ge... wërre. As g'ies wielt zieng hoo dà

zulk een konversatietafel eruit ziet, dan kom je maar eens af. Dat
zoe’n konversoêsetoêfel er oeit zeet, dèn komde mo ne ki af. Da
zoeën konversoasetoafel der oit zee, dàn komde mor ies àf. Dà

gaat door in de Espace C in de rue Comtesse de Flandre nummer 4
goêt dui in den Espace C in de reu comtesse de Flandre numero 4
got duir ien den Espace C ien de reu comtesse de Flandre numerou 4

(Gravin van Vlaanderenstraat 4 in het mooi Vlaams) in Laken. Die
(Gravin van Vlaanderenstraat 4 in ‘t schuu* vloms) in Loêke. Dei*
(Gravin van Vlaanderenstraat 4 ien 't schoeë Vloms) ien Loake. Dee

straat loopt parallel met de rue Marie_Christine en in het verlengde
stroêt lei parallel met de reu Marie-Christine en in ‘t verlingde*
stroat lèèd èèvewaadeg/ on de reu Marie-Christine èn ien 't verlèngde
lèè pàràllèl
van het Willemplein. Op vrijdag 19 december van halfdrie tot halfvijf.
van de place Willems. Op* vraaidag 19 desember van 14.30 tot 16.30
van de Willemsplëts. Oep vraadàg 19 deesèmber vàn hallef draaë tot

<
eure.
hallef vaaëf.

vreten= fretten= frèèten
zuipen= zoeipe= zoipe
tafel= toêfel= toafel
zoals= gelak as= galak as da
zegt= zeit=zèè; zijn= zaain= zèn
dit= deis= dèès; gaat= goêt= god
woorden= woure= wourde
daar= do= dor
keer= ki= kieër
beetje (een weinig= betsje= bietsje
beetje(AN. kleine beet)= bètsje (Antw. preufbètsje)
voort= voesj= voert
het= et= 't
zeker= zeikerst= zeiker
worden= wëdde= wërre
zien= zeen= zeeng
mooi= schuu= schoeë
die= dei= dee
verlengde= verlingde= verlèngde
op= op= oep
 

donderdag 11 december 2008

Foneem-inventaris

friet /ie/ en frut /ù/

balleke /a/ en bolleke /o/

bel - bed /è/ en buil - buit /oi/

deur /ui/ en daar (ginder) /oa/

mier /ee/ en meer (dan) /ië/

muur /eu/ en moor (waterketel) /oeë/

kak /à/ en kok /o/

ster /àà/ en stuur /eu/

nu /aa/ en na /oa/

zorg /ë/ (beklemtoonde e) en zurig /ù/
en 2e deel van een tweeklank (naslag)

meid /aë/ en moet /oe/

kelen-kaas /èè/ en kolen (brandstof)-kous /ou/

schroef-boer /oo/ en schreef /ei/ - bier /ee/

koeien /ooi/ en kooien /oei/

doffe e /e/ (onbeklemtoonde sjwa) svarabhakti

woensdag 10 december 2008

Spelling

Ik citeer Jacques Van Keymeulen uit Vlaams-Brabants en Antwerps in de reeks Taal in stad en land, p.42-43.

Het is perfect mogelijk om een spelling te ontwerpen voor een plaatselijk dialect. Daartoe moet men allereerst inzicht hebben in de klankstructuur van dat dialect en meer bepaald de zogenoemde foneeminventaris van het dialect opstellen.

Fonemen komt men onder andere op het spoor door woordparen te vormen die in één klankkenmerk verschillen en tegelijk verschillende betekenissen hebben. In het A.N. opponeert haas met hees door de tegenstelling aa - ee en er is betekenisverschil: aa en ee zijn dus twee fonemen.

In vele Brabantse dialecten kan men - in tegenstelling tot het A.N. - een dergelijk woordpaar vormen met de korte ie en de lange ie: als vies 'vis' tegenover vie:s 'vies'; lange en korte ie zijn in die dialecten verschillende fonemen.

In een ideale spelling heeft men één letter voor één foneem, maar het Nederlands (met 35 fonemen) wordt met het Latijnse alfabet geschreven en we moeten ons dus met 26 letters behelpen. Dialect kan geschreven worden met het fonetisch schrift, maar in de dialectliteratuur probeert men dialectspellingen voor het gemak zo goed mogelijk te laten lijken op de bekende Nederlandse spelling.

Discussies over spelling zijn doorgaans zeer verhit, of ze nu gaan over de spelling van het Nederlands of over die van een dialect. Wat er ook van zij, belangrijk is dat men over een bepaalde spelling - die hoe dan ook altijd benaderend is - een akkoord moet trachten te bereiken. Voor het Brabants is er een zogenoemde referentiespelling voorhanden, die gelukkig door fonologisch geïnformeerde personen is opgesteld en die kan dienen voor alle Brabantse dialecten. Hieronder volgt een overzicht voor de klinkers en medeklinkers, voor meer details verwijzen we naar "Hoe schrijf ik mijn dialect", 1999.

De sjwa wordt als <e> gespeld, zoals ook de naslag in sommige tweeklanken:
broeëd 'brood' of mééës 'meers' De medeklinkers worden gespeld zoals in het Nederlands, de <sj> voor de beginklank in sjaal en <zj> voor de beginklank in genre.

Ik ga proberen een foneeminventaris te maken voor het Antwerps en die te vergelijken met de spelling van verschillende 'schrijvers'.

zondag 7 december 2008

o en oo

Hopen in de betekenis van "een gunstige verwachting koesteren ten opzichte van iets dat men wenst of begeert" wordt uitgesproken als
/ë oe pë/.

Er is ook het meervoud van het zelfstandig naamwoord "een hoop" (een bergje): hopen. De uitspraak hiervan is /oe ë pë/. Dezelfde klanken maar in omgekeerde volgorde.

Koper /kë oe për/ wordt maar gestolen omdat er een koper /koe ë për/ voor is.

Witte of rode kolen /koe ë lë/ zijn groenten. De continu (vulkachel) vulden we met kolen /kë oe lë/ (antraciet 20/30).

In een vorige spelling (voor WOII) werd het onderscheid tussen beide betekenissen gemaakt met enkele o of dubbele oo. (cfr. De Mechelse cathechismus)

vrijdag 17 oktober 2008

Enkele en Dubbele letters

Wanneer een beperkt arsenaal lettertekens gebruikt wordt om een veelheid aan klanken weer te geven, moet kunst- en vliegwerk bovengehaald worden om dat in goede banen te leiden.

De Juwiejele van Bianca Castafiore

Heb mij donderdag d'avontuere van Keufke met Castafiore aangeschaft. Kwestie van te kijken hoe (Madame Germaine de Coeur Brisé) David Davidse en Paul Goris het Antwerps verpakken.

In het nawoord over de uitspraakregels van het Antwerps dialect staat: De vertalers hebben gepoogd het originele woordbeeld maximaal te behouden en het gebruik van accentletters, trema's en circonflexen terwille van de leesbaarheid tot een minimum te beperken.

Het echte Antwerps is als taal niet te onderscheiden van het Nederlands. Wel is de Antwerpse uitspraak gekenmerkt door een systematische klankverschuiving ten opzichte van het Algemeen Nederlands (AN).

In een voor een groter publiek bedoelde strip is dan toch een lijst nodig van uitspraakvoorbeelden. Spijtig dat daarin klankbegrippen gebruikt worden zoals "zwakke" en "sterke" lettergrepen, "neigt naar", "zweeft tussen", met "brede tong".

Er werd dus toch gekozen voor uitspraak-afhankelijke spelling, waar hier en daar één teken staat voor twee verschillende klanken (eu voor eu en doffe e, è voor korte è en lange èè).

De niet-Antwerpenaar blijft op zijn honger zitten als hij oa en ao als teken voor respectievelijk de keel-a en de lange o voorgeschoteld krijgt. Hier en daar worden ze verwisseld (plaat 171 in de vaos die oep da meubel stoa. Joa, medam.) De ie wordt niet vervangen door de ee, blijkbaar een toegeving om de lezer niet al te zeer te confronteren met de uitspraak/klankverschuiving. De aandachtige lezer zal dus hier en daar struikelen over een inconsekwentie. Een officiële Antwerpse spelling bestaat niet, maar er kon toch wat omzichtiger omgesprongen worden met het kiezen van spellingtekens. In het geheel geeft het een slordige indruk. De modale Antwerpse lezer leest daar wel over. Frons, frons (plaat 186 Stappe ierboave?) Aoi en oi staan naast elkaar, maar hebben dezelfde uitspraak (schoif en poppegaoi, draoje).

Spaaiteg, mor ni lamère.

zondag 12 oktober 2008

OU en/of AU

Het AN heeft deze twee schrijfwijzen ou/au naast elkaar opgenomen met dezelfde uitspraak. Ze worden alle twee uitgesproken als een tweeklank die vertrekt als een doffe e, gevolgd door een oe, of als u wil een zachte, Franse/Engelse halfklinker w zoals in Louis en wall.
Goud, gouden, gauw en oud worden in het AN alle vier met dezelfde Engelse tweeklank uitgesproken zoals in coal, bowl, stove, namelijk /doffe e + oew/.

Niet zo in het Antwerps! Goud en oud wel, maar de verbogen vormen hebben een lange keel-a.
Goud /ge.oewt/, gouden /gaa we/ - oud /e.oewt/, oude /aa/.

De meeste met "au" en "ou" gespelde woorden worden in het Antwerps uitgesproken als /aa/.
vrouw /vraa/, bouwen /baa(w)e/, klauw /klaa/, sp(o)uwen /spaa(w)e/, maar spouwsel /spe.oew sel/, bouwsel /be.oew sel/.

Voorlopig kan ik er geen lijn in trekken. Allicht heeft het te maken met het verschijnsel dat taalkundigen aanduiden met Umlaut (klankverschuiving of klankverkorting ?). Wanneer en waarom?
Of was er toch een verschil in klank dat we overbrugd hebben?
/go.oewd/ - /ga.oewe/

zaterdag 11 oktober 2008

Het letterteken H

In de standaardtaal wordt de ha (Fr. hache, Antw. he, Eng. eitsj) aangeblazen. Uit mijn humaniora herinner ik mij de spiritus asper (harde ademtocht) en lenis (zachte ademtocht) op een Griekse klinker en de asper ook op de "rho". Ik weet niet of acteurs en redenaars in hun opleiding een articuleer-cursus krijgen waarin ze de ha leren aanblazen. Toen Tom Pigmans ons voorbereidde op een massaspel in de Antwerpse Beurs aan de Twaalfmaandenstraat, moesten we komen repeteren op vrijdagnamiddag na schooltijd in de spits van 4 tot 6, terwijl de trams voorbij-denderden en de auto's voortraasden. Hij stond aan de ene zijde van de speelplaats van het OLV-college en wij aan de andere kant en we moesten onze tekst verstaanbaar maken. Onder het koepelgewelf in de beurs is dezelfde akoestiek als in het amphiteater van Delphi, in de galerij rondom wordt het geluid gedempt en is een gesprek onverstaanbaar voor wie onder de koepel staat. Het publiek voor het massaspel zou ook in de galerij zitten, dus moesten we verstaanbaar zijn en die geluidsbarrière overbruggen door articulatie en stemkracht.

De sjwa en de doffe e vergen geen inspanning behalve het uitademen. De ha aanblazen vraagt een ernstige inspanning (met trilling van de stembanden). We kunnen stellen dat de h een stemhebbende doffe e is. Omdat de weg van de minste inspanning gezocht wordt, horen we de h niet in het Antwerps. Wil dat zeggen dat de letter h dan kan geschrapt worden in de spelling? Ik vind van niet. We kunnen evengoed als axioma stellen dat ze wel geschreven wordt, maar niet aangeblazen. Ze is er wel, maar ge hoort ze niet.

We oren er en der dat eel veel kritiek geoord (g'oord) wordt, als de ha naar het kerkof moet. Et is al meer dan eens eraald dat de eer van de eren taalkundigen op et spel gezet wordt. Oe wordt et verschil nu gezien tussen

hecht en echt, huren en uren, eg en heg, oren en horen, haast en aast, hint en int, haas en aas, eg en heg, hik en ik, aar en haar, hoor en oor, oom en home, es en hes, hoog en oog, halen en alen, ut en hut, al en hal, iel en hiel, el en hel, hijs en ijs, hei en ei, ooi en hooi, aai en haai, hoven en oven, ark en hark, heb en eb, aten en haten, alm en halm, els en hels, eerlijk en heerlijk, aalt en haalt, haal en aal, als en hals, heelt en eelt, en en hen, een en heen, aan en haan, aak en haak, eerst en heerst, of en hof, ... Had en at, uit en huid mogen hier niet in het rijtje staan, maar de letter h staat in veel samenstellingen en afleidingen binnenin het woord.


Spelling is klanken zien als ze geschreven staan. Bij het lezen worden de op het netvlies gevallen tekens omgezet in woorden of klanken die een betekenis hebben. Het woord- of klankbeeld wordt door onze taalcomputer razendsnel omgezet in begrip. We zijn nog niet in staat om op onze harde hersenschijf woord- en klankbeelden te wissen en te vervangen met de vingerknip. Het zal dus enige tijd duren voor we ons aangepast hebben aan de invoering van een nieuwe "munt".

veruis onteemde b'angen g'angen veralen windoos, lustof, verandeling, andel, geësen, veroren, beoren, ontaasten, outandel,

Er is evenmin een verschil tussen de uitspraak van ei en ij, van ou en au (in de standaardtaal), tussen i en y, c en k/s. Waarom mogen die twee versies naast elkaar blijven staan? Als reden wordt dan aangegeven: om de taalgebruikers niet "al te zeer" te vervreemden van het bekende woordbeeld.