maandag 19 april 2010

Het in Kuilen hoeëre dongdere

Hier de copie van mijn antwoord op de spelling van Keuningsplentje in het blogbericht van Lieve VdB van donderdag 15 april 2010 op de WereldMorgen.be.

Door haloewie, 19.04.2010 - 13:31
Spelling van het Antwerps

Bang om de Antwerpenaar plat te confronteren met zijn uitspraak, als ge toch zijn dialect wilt schrijven? Liever verkavelingsantwerps?

Het (Pieter?) De Coninckplein. Net als voor het Sint-Jansplein spellen sommige Antwerpenaars hun taal niet op de manier zoals ze die spreken.

In 'koning' - niet alleen de naam van de wever uit Brugge - hoor ik de tweeklank 'ui' uit de standaardtaal of althans het eerste deel ervan: de lange, doffe e. Ook het plaatselijk bier draagt dezelfde naam. Een bolleke Kuining.

Zou het dan niet doidelijker zijn om over ' kuiningsplàntsje ' in plaats van over ' Keuningsplentje of -plèntje ' te schrijven? Op die manier zou Jàn zongder Vrieës het ook geschreven hebben, als zijn grootje Nèèltsje hem had leren schrijven.

Tsingt-Jààns-plaain is de correcte Antwerpse uitspraak om de alliteratie (letterrijm of stafrijm) Tsj te ontkrachten. De volksetymologie heeft deze eerder Chinees-aandoende vorm in het leven geroepen. Tsjing Tsjangs plaain.

Als ik mensen het hoor hebben over Singt Jàn, dan versta ik dat als de Bisschoppelijke middelbare school tussen de Meir en de Jodenstraat. Soms gevolgd door 'Bààrëchmàns', maar zonder t ervoor en zonder sj in het midden.

Te Winkel en De Vries huldigden al het principe van 'schrijf zoals ge spreekt'. Blijkbaar was er toen geen linguagraaf (een taalschrijver) van het kaliber van een Ortelius, een Vesalius of een Mercator die naast de spelling van de lingua franca ook die van de plaatselijke dialecten in kaart kon brengen.

In het Antwerps komt de eu-klank uit de standaardtaal wel voor in een beperkt aantal woorden, die in diezelfde standaardtaal gespeld worden met "oe" of "uu". Veule, zeuke, de meuren oplopen, mijn breur, zeur of zeut. (voelen, zoeken, de muren .., broer, zuurzoet). Het vraagt een inspanning om te luisteren naar de uitspraak. Aan het woordbeeld zult ge dan ook moeten wennen, als ge op deze manier wilt schrijven.

Google eens op "haloewie", "godzjumenas" of "krommenaas" om kennis te maken met de uitersten (wat primeert: uitspraak of woordbeeld?).

dinsdag 13 april 2010

Smørrebrød, Ö en eu

Hebben de Deense Ø, de Duitse Ö en de Franse eu alle drie twee mogelijke uitspraken?

(Fr.) Heureux [ø:] heeft als tegenhanger heure de lange [œ:]
(Deutsch) Öl [ø:] heeft als tegenhanger Köln de korte [œ]
Het Deense smørrebrød is bij mijn weten de enige [ø].
Het Alg. Nederlands spreekt de "eu" uitsluitend als [ø:] uit, behalve in het leenwoord freule [œ:].

In het Antwerps komt de [ø:]-uitspraak ook voor, maar enkel bij woorden met "uu" of "oe" gespeld in de standaardtaal.

Hier volgt een verzameling woorden die met een eu uitgesproken worden, fonetisch weergegeven als /eu/ of [ ø ] en waarvan ik het woordbeeld met "eu" in plaats van "uu" of "oe" op een rijtje wilde zetten. Went ons oog aan dit beeld?


(muur)
't Is om de meuren op te lopen.

(broer)
Ik mag sebiet niet vergeten naar mijn breur te bellen.

(proeven)
Màk is preuve? Vànaaiges, ze mogen is preuven, hé bommà?

(zoet, zuur)
Citroenen zijn zeur. Appelsienen kunnen zeut of zeur zijn.

(vuur)
Ik was vergeten het gasveur uit te doen. Hallo!

(kuren)
't Botten van de bomen en 't vallen van de blaren is den tijd van de zotte keure.

(afspoelen)
Ik ga dat bollekesglas ineens afspeulen.

(uur, stuur)
Acht eure achter 't steur is lang genoeg.

(voelen)
Wie niet luisteren wil, moet veule.

(gebuur)
De gebeure zijn voor een maand op reis.

(zoeken)
"Waar zijn mijn sokken, schat?" - "Kunde weer niet zeuke?"


Verder nog: veure (aan-, af-, ont-, op-, terug-, uit-, ver-, door-, oorlog-, toe-), vreug, z.veuge, reure (be-, ver-, ont-, door-, om-), weule, wreute, meug, zeuken (be-, door-, onder-, op-, ver-, af-, uit-), ...

treut, besteur(der), peure chocolat, deur, scheur (niet verwarren met schuir), nateur, dresseur, temperateur, facteur (niet verwarren met factuir), in de leure leggen, avonteur, bordeure, verheure, ...

En hèdde ga muibele, ...

" Vougeltsje, gaa zè gevànge,
in e kotsje / kotteke zulde gaaj hànge,
gaa blèvd heer,
gaa blèvd heer,
leeve vougel, gaa blèvd heer.
"

Zo wordt op menige bruiloft gezongen, naast
" En hèdde ga muibele,
èn hèdde ga hoisgereef,
dàn muide ga traawe
mè oe leef, aawe zot!
"

Meubelen en mogen zijn de twee ui-klanken in dit volkse refreintje.

Hier volgt een verzameling woorden die met een lange doffe e uitgesproken worden, fonetisch weergegeven als /.e:/ of [ œ: ] en waarvan ik het woordbeeld met "ui" in plaats van "eu" op een rijtje wilde zetten. Wordt ons oog daaraan gewoon, gewend?













(meubel)
Ik heb dees muibeltjes op de Vrijdàgmàrkt gekocht.
(deur)
Ge moet niet bellen, ge kunt gewoon làngs d'àchterduir binnen.
(mogen)
Màk is proeven? Vànaaiges, ze muigen is proeven, hé bommà?
(keuze)
G' hè(b)t geen kuis. 't Is 't een of 't àànder.
(treurwilg)Nen truirwilg is ne schonen boom op 't kerkhof.
(beukenootje)Den tijd van de buikenotsjes is voorbij. 't Is lente.
(koning)Kom, we gaan een bolleke kuining drinken.
(reus)We hebben ne ruisàchtigen eik zien staan.
(vleugel)Wie dàt er zijn vluigels wil uitslagen, gaat met mij mee.
(veel)Ge moet niet vuil geld hemme om plezier te maken.
(naar voor)"Laat de klein mannen maar naar vuir komen", riep de gids.

De doffe ë en andere waar we lastig over doen

Naar aanleiding van het woord roofing dat Grytolle na janwitloof op 12 april 2010 invoerde op het VW (Vlaams Woordenboek.be) met de verklaring:

"asfaltpapier, dakleer

De roofing is de opperhuid van een plat dak. Een mankement in die beschermende laag heeft al vlug gevolgen voor de rest van het dak.", maakte ik de bedenking bij "opperhuid" of er niet een verband zou bestaan met "roeëf" (Antwerpse Kempen) en roof (Limb.).

Een rouf /r.e oef/ (Antw.) heeft als verkleinwoord rëfke /r.ef k.e/ met twee doffe e's.

roeëf heeft als reactie van Diederik het volgende meegekregen:

de vorm ‘roewef’ zou mij doen denken aan antw. “roêf” maar da zou int verkleinwoord “roefke” worden naar mijn gevoel, langs den andere kant is “reufke” eerder het verkleinwoord van “roif” zoals kuif – keufke?

ik ken/gebruik et woord zelf ni maar als een antwerpenaar mij hier uit kan helpen, merci!
Toegevoegd door Diederik op 09 feb 2009 10:57


De doffe ë in het Vlaams / Antwerps is al langer dan vandaag een nagel aan mijn doodskist. Ik kan er gene vat op krijgen.

* Met luisteren, fluisteren, kuisen, puit is er overeenkomst met de uitspraak van het Standaard Nederlands, in die zin dat het eerste deel /.e/ van de tweeklank "ui" perfect overeenkomt met het Antwerps. Het tweede deel /uu/ wordt in het Antwerps overgeslagen. Dus is er geen tegenstand om "ui" te schrijven.

* Een andere groep woorden met "ui" (vuil, kuif, buil, uit, kruid, luik) worden uitgesproken, net als de "aai", als /oa.e/ - /oa j.e/ : lui, luiden, laden en zou gespeld kunnen worden als loi, loie(n) - voil, koif, boil, oit, kroid, loik.

* Daartegenover staat dat deur, reuk, beul, kleur, keus, meug, kreuk, Leuven, leugen, reus wordt uitgesproken op dezelfde manier als de eerste van de SN tweeklank "ui" maar langer /.e:/.
(uitgesproken als duir, ruik, buil, kluir, kuis, muig, kruik, Luive, luige, ruis)

Vandaar dat veel Antwerpenaars Kuifje schrijven als Keufke, worstje als weusje, korst als keust, roofje als reufke, druifje als dreufke.
(Këfke, wësje, këst, rëfke, drëfke)

* De Zweudse eu-klank van smørebrød spreken we als Antwerpenaar uit als SN "uu" schrijft, soms "oe" in muur, vuur, kuren, luren, gebuur, puur, Jules, ruzie, - voelen, proeven, vroeg, broer, spoelen.
(meur, veur, keure, leure, gebeur, peur, Jeul, reuze, veule, preuve, vreug, breur, speule)

* Veel, molen, haar(adj.& vnw.) zijn de spreekwoordelijke uitzonderingen op de regel.
(vuil - muile - huir)

woensdag 13 januari 2010

" saai - sui " in het Vlaams Woordenboek

Naar aanlijding/aanleiding van de discussie over saai/sui in het Vlaams Woordenboek voel ik mij geroepen om de draad na een lange periode van stilzwijgen en afwezigheid terug op te nemen. Ik kan het niet blouw/blauw laten.

Dit is wat ik als reactie wil laten weten aan de lezers van het Vlaams Woordenboek:

Awel, ik kan niet anders dan me opnieuw moeien. Ons moeder schreef saai voor wol (d.i. niet : licht gekeperde wollen stof, camelot of serge, maar gewoon wollen draad in een streng (wrong), waarvan ik ontelbare exemplaren tussen de beide handen heb 'opgehouden' zodat ze er een bol kon van opwinden), omdat de andere betekenis van "vervelend, niet amusant, dreadful" niet in haar taalgeheugen zat, maar ze zou nooit aan sui gedacht hebben, alleen maar omdat dat rijmde op lui (niet werkzaam), en ze beiden op dezelfde wijze uitsprak (las). Mijn moeder is maar tot het zesde studiejaar naar de lagere school gegaan, maar vroeg onze latijnse en Griekse woordjes af, die we moesten opschrijven in latijns schrift.

Ge moet de Antwerpenaren geen Antwerps leren, tenzij ze (de jonge Antwerpenaren) net als de niet-Antwerpenaren die taal niet (meer) kennen. Antwerpse spelling (gespelde uitspraak) zou duidelijk moeten zijn voor beide/ alle groepen.

Als we twee schrijfwijzen hanteren in het Antwerps voor de /oaj/ klank, zitten we in het zelfde schuitje /sgët sjë/ (met klankverkorting) als met de ij/ei en au/ou die in het SN op dezelfde wijze wordt uitgesproken.

Ik zie haar (mijn moeder) kaai ook niet als kui schrijven, draai als drui, hoewel de Antwerpenaar die combinatie hetzelfde uitspreekt.

Het Ndl. aaien zou ze ook niet als /oaje/ uitspreken. Pootje baden (baaien) dan weer wel. Schrijft u ook lèkkere vluien, de grond oemspaaien, muien aan de vishaak rijgen, de klokke laaien, saaiker en mèllek in de koffe?

Het SN heeft ons wel degelijk opgezadeld met het onderscheid tussen leiden en lijden hoewel de uitspraak identiek is. Met goud /gë oet/ en gouden /gaa we/ ring waar de spelling identiek is maar de uitspraak verschilt. Eigenlijk en koninkrijk /aa gë lëk/làk/ en /-raa (ë)k/.

Om maar te zwijgen van de e in het SN. Van éénduidigheid gesproken!
"Schrijf zoals ge uitspreekt" is de gouden raad van De Vries en Te Winkel. Waarom zou het progressief Antwerps niet koi en loi en soi schrijven, conform de uitspraak?
Tenminste, als duidelijk is, dat de i na een andere klinker(groep) zoveel betekent als een doffe e of naslag of j(od) als tussenklinker.

vrijdag 21 augustus 2009

Die en dat (als betrekkelijk voornaamwoord)

Voor het gebruik van een betr.vnw. zijn er twee grote strekkingen binnen de dialecten: één die afhankelijk is van de functie van het koppel-woord (onderwerp of niet). Het Westvlaams is blijkbaar beïnvloed door het Frans omwille van de aanwezigheid aan beide zijden van de "schreeve" in Frans-Vlaanderen van de alles overheersende langue "d'oil", waar 'die' gelijk gesteld wordt met 'qui' en 'dat' met 'que'.

De andere strekking houdt rekening met het geslacht van het antecedent, dat beschrijvend of beperkend wordt uitgelegd in de bijzin, zoals in de standaardtaal.
Is het antecedent onzijdig enkelvoud, dan wordt 'dat' gebruikt, in een ander geval (meerv. of enk. m/v) staat 'die'. In het Antwerps is er zelfs een uitspraakverschil: ne vèngt - diejë, een vraa - dèè, mànne en vraawe - dèè voor het mv.

Ik kan niet akkoord gaan met de regel die vooropgezet wordt in Antwerps schrijven op p.86 als zou in de functie van lijdend voorwerp uitsluitend het woordje "dat" gebruikt worden. Dat is de vermenging van de twee systemen, die eventueel kan te wijten zijn aan het oprukkende verkavelingsvlaams, dat de dialecten aantast als een kanker. Evengoed in de functie van LV blijft in het authentiek Antwerps het onderscheid tussen de geslachten gehandhaafd. Maar er zijn veel jongeren die het juiste geslacht van naamwoorden uit het dialect niet meer meester zijn, met alle gevolgen vandien.

Waarom zou er een verschil bestaan tussen de aanwijzende adj. en de betr.vnw?
allebei die [diejë]/[dèè] èn dat ??
(diejë vèngt, dèè vraa en dà kingd) en (de vèngt diejë, de vraa dèè en 't kingd dà)

Een bloemlezing uit de taal van krommenaas en doederik waar ik het niet over eens ben dat het Antwerps is:

fritketel 6154 Re: Vlaams woordenboek

In alle geval moeten “Ollanders” altij lache as ge zo’n dink ne fritketel noemt, behalve mijne kammeraad uit maastricht da et wel e normaal woord vindt.
Toegevoegd door Diederik op 10 mei 2009 15:38
===============

Krommenaas 20 juli 2009, 21:28 antwerps.be/forum/topic/3/11

jaja a klapt goe Aentwaerps, mor vör dinges da we zelf ni kenne zouwe w'em ni as een bron kunne beschouwe wou 'k zegge
       
Doederik (17 juli 2009, 21:14)

voila, zolle/zölle toegevuugd oemda 'k et raar vond da' da' der nog ni instoeng. Is wel loechtelak (lichtelijk?) verouwerd, mor wörd toch nog veul gebrökt dör echt plat aentwaerps-sprekers, nor mij gevuul wel miër dör aentwaerpse kolonisten oep den buite, missching da' die wel een bitjen achterloëpen oep de modaernisering van et aentwaerps van et stad... mor wel duidelak mense da' gin boerrekes klappe mor wel aentwaerps' inwijkelinge zèn.


Mor vör aender woorde da' ge kend, is et ni toegestaan van oew eige kennis/taalgevuul as 1 bron mee te rekene dan?
===============

Doederik (12 juli 2009, 23:04)

Was curieus of da nog gebruikt wier... plante-en dierename lijke mij een van de snelste dinge da' vervange wordt door abn
===============

Ter verdediging kan aangevoerd worden dat deze verbindingswoorden, net zoals de voegwoorden, in het Antwerps kunnen gevolgd worden door de allesdoener da, ja, na.

De vraa dèèdà , dèèja... De vèngt dieëdà, dieënà... Bij het onzijdig wordt de allesdoener niet onnodig verdubbeld.

dinsdag 18 augustus 2009

Voorschoot



Naar aanleiding van het woord muirk dat ik op het Vlaams Woordenboek had ingebracht, waarin de uitdrukking "ne voorschoot groot" voorkwam, vroeg Diederik / Doederik mij hoe ik het woord voorschoot in het Antwerps uitsprak.

Hij stelde mij voor:



waarop ik hem geantwoord heb:

Bericht van haloewie voor Diederik verstuurd op 15 aug 2009 23:10

Tous les 4, mon colonel, is niet alleen het meest diplomatische antwoord, maar ook het meest juiste.

Als ik het woord alleen geschreven voor mij zie staan, zeg ik als Antwerpenaar
vërschoeët mv. = schoeëte (zoals de gemeente Schoten) niet zoals de vt van schieten = schë oete) door mij geschreven als schoute.

De naslag na een klinker kan ten allen tijde weggelaten worden, indien er snel gesproken wordt.

Ik herinner mij toen ik in de wasserij hielp en het boekske van ne kàlàànt overliep, dat daar ook ‘voorschoten’ in voorkwamen (vërschoete). Maar als mijn bomma in de kuiken vuir het gaaisfeur stoeng, dàn dèè ze ne “vuirschùt” vuir. Da’s dan nùmmerou 5.

“Voor” heeft ook verschillende uitspraken, ook al naargelang de betekenis (plaats, tijd, voor- of nadeel) voer, vër, vuir, veur

----------------------



Bericht van haloewie voor Diederik verstuurd op 16 aug 2009 17:20

idd. da’s nummerou 6 voor het meervoud schoeje. Misschien is schoeëte toch eerder van een latere generatie. Ik vraag het destag aan mijn 92-jarige tante.

----------------------

Ik heb het aan mijn tante Zjulja gevraagd.
Zij spreekt van "ne vërschùt" met een Franse u en als meervoud "vërschoeje", daarmee beamend wat Diane Goossens aangaf. Ik schaar mij voor 100% achter 'vërschùt en 'vërschoeje als authentiek Antwerps met de klemtoon op de eerste lettergreep.

Ik heb dan nog geopperd dat er verschillende voorschoten bestaan. De smid heeft ne leren, dem bakker heeft maar nen halve, die onder zijn buik hangt, en op school hadden de kinderen een lichtblauw geruite schort aan die achteraan open was met enkele knoppen dichtgeknoopt, die ook voorschoot genoemd werd. Koks en kokkinnen hadden een witte voorschoot met een lintje over het hoofd die met een strik achter op de rug werd vastgebonden. Allemaal vërschoeje.