dinsdag 24 februari 2009

Re: Goed gesproken

(Krommenaas schreef: ) Goed gesproken. Maar wat zie jij eigenlijk als de beste weg voorwaarts?
22 februari 2009 13:21


Het zal mijn tijd nog wel duren. Ik spring over een paar jaar op tram zeven. Ik ben perfect tweetalig Vlaams. Mijn moeder sprak dialect tegen mij tot ik naar de lagere school trok.

Sinds dan is ze haar taal beginnen 'kuisen' en moesten wij van haar 'schoon' spreken. Op school heb ik omgangstaal leren lezen en schrijven met vis, tom, mus.

In het middelbaar is men er niet in geslaagd om mij mijn moedertaal te laten vergeten of af te leren.

In de omgangstaal heb ik feilloos geschakeld van dialect- naar ABN-klanken, van dialect-woordenschat naar het groene boekje van de Taalunie, via de zeg niet... maar ... -strategie. 'Aàntwààreps klàppe' kon en mocht niet meer. Doodzonde (in de twee betekenissen).

Niemand kwam ertegen in opstand. Lees in 'De Culturele repressie' hoe Gerard Walschap het woord voert.

Ik heb geen tweede variant van de (Vlaams-Nederlandse) vehiculaire taal vandoen. Ik ga aan het AN niet nog eens een nieuwe spelling toevoegen - een Vlaamse dan. Ik leer nog liever Esperanto.

Voor mij volstaat het AN dat ik op school geleerd heb als algemene omgangstaal naar niet-Brabantse Nederlands-sprekers. Weinigen in Nederland beheersen AN en begrijpen Vlaams. Ik doe mijn best om Zuid-Afrikaans te verstaan.
Is er niemant tie aan Neterlant turft sechen tat er pehalfe stemlose ook stemheppente meteklinkers pestaan?

Ik ga Antwerps of Deurnes - als dat onderscheid nodig is - spreken tegen mijn jongste kleinkind van drie jaar. De twee oudere zijn te vroeg geboren. Zij moeten het dialect maar buiten en op school in de moedertaalles leren en tijdens de spaarzame momenten waarin we samen zijn.

Ik wil wel werken aan een spelling waarmee alle Vlaamse dialecten kunnen weergegeven worden, gebaseerd op de uitspraak.

donderdag 12 februari 2009

Gekloe-ët, begot of in 't AN Belazerd en verkocht

Uit de bib geleend en uitgelezen. Het laatste deel van Taal in stad en land over de Belgische dialecten "Belgisch-Limburgs" van de hand van Rob Belemans en Ronny Keulen. Lannoo, Tielt. 2004.
ISBN 90 209 5855 0.

Vraagt één van beide auteurs of misschien allebei zich af op p.87:

[..] Zou het schrijven van een lokaal dialectwoordenboek het gevolg kunnen zijn van een virale infectie die de auteur ervan opgelopen heeft?

[..] Waarom spenderen mensen vaak jarenlang het grootste deel van hun kostbare vrije tijd aan het individueel of in groep verzamelen, beschrijven en te boek stellen van de woordenschat van hun plaatselijke dialect?

[..] Als het waar is dat die plaatselijke woordenboeken in verhoudingsgewijs grote oplagen gemaakt en verkocht worden om vervolgens vooral op de boekenplank van ongeveer ieder lokaal gezin onaangeroerd te blijven staan, wat is dan toch de zin van dit cultuurverschijnsel?

Ze gaven zelf het antwoord al op p.81
[..] Na de Tweede Wereldoorlog werd via de ABN-beweging in Vlaanderen een grootschalig en lange tijd volgehouden actiepunt gemaakt van het talig standaardiseren van de Vlamingen. Alle media - ook de pas opkomende televisie - werden ingeschakeld om de Vlaamse bevolking ervan te doordringen dat de officiële taal van Nederland ook de normtaal van de Vlamingen was en dat het broodnodig was dat iedere Vlaming die ook op aanvaardbare wijze zou spreken. Via onderwijs en media werd de druk op Vlaamse ouders opgevoerd om hun kinderen thuis niet langer in het dialect op te voeden en de verspreiding van de officiële taal louter aan het onderwijs over te laten. Daarbij werd de term Algemeen Beschaafd Nederlands (ABN) niet geschuwd om een maximaal contrast te suggereren met de impliciet als 'onbeschaafd' gebrandmerkte dialecten. Bij deze enigszins machiavellistische strategie en taalplanning kunnen vanuit hedendaags perspectief en inzicht allerlei bedenkingen geformuleerd worden, die echter destijds duidelijk niet aan de orde waren. [..]

Ik geef hierbij mijn persoonlijke indrukken bij de heropleving van de belangstelling voor het dialect, niet alleen bij het samenstellen van woordenboeken en lijsten, ook zangers die brood zien in het dialect en kopers van boeken waarvan de inhoud met dat dialect te maken heeft.

Moedertaal is de taal die met de pap ingelepeld wordt. Als vader een ander moedertaal heeft - want die hèb je - dan wordt de telg tweetalig groot. Die taal of talen die een kind zonder grammatica vastgelegd heeft in zijn taalbrein maakt deel uit van zijn identiteit. Het is een persoonskenmerk. Een kind doet er een aantal jaren over om dat proces tot een goed einde te brengen. Als het schoolrijp is, is de ene helft van zijn taalverwerving een feit. De basisstructuur is gelegd. Daarna komt het lezen en schrijven. Dit deel van de taalverwerving steunt op de gehoorde en gesproken moedertaal van het kind.

Mijn generatie werd geconfronteerd met de afwijzing van de moedertaal als fout. De schuld en de schaamte werd er zo hard ingehamerd dat wij onze kinderen ons dialect niet hebben doorgegeven. Wij zijn "schoon" beginnen spreken, "gekuist". Ik heb geen weet van enig verweer tegen deze manier van doen. We hebben ons door de herdershonden als een kudde schapen laten leiden om te grazen. De elite keek met ergernis neer op diegene die een steek liet vallen.

TV
Joos Florquin startte in 1962, samen met professor Fr. van Coetsem, de TV taalrubriek "Hier spreekt men Nederlands".
In de vroege jaren '70 werden Vlaamse televisiekijkers driemaal per week uitgenodigd in de villa van professor Joos Florquin, die hen samen met het bekvechtende duo Fons Fraeters en Annie Van Avermaet Standaardnederlands bijbracht.

Radio
Marc Galle verwierf bekendheid door zijn "Taalwenken - Voor wie haar soms geweld aandoet" op de BRT-radio van 1965 tot 1976. Elke ochtend hoorde je uit zijn zuinige mond hoe je het niet zegt, en hoe je het dan wel hoort te zeggen. Dat heette toen volksverheffing. Elf jaar lang iedere dag om halfacht voor je naar school fietste. In ’65 is Marc op vraag van zijn vriend Marcel Colla, toenmalig BRT directeur, gestart met een dagelijkse taalkroniek. Nu zou men dat "inheiïng" of "druppelfoltering" noemen.

Kranten
Van 16 maart 1959 tot 5 februari 1960 verscheen de rubriek "Uit de taaltuin" van de hand van Dr. Jan Grauls, die werd opgevolgd door Herman Oosterwijk die op zijn beurt in augustus 1960 overleed.
Vanaf 14 februari 1961 schreef Maarten van Nierop zijn dagelijkse rubriek Taaltuin in De Standaard, Het Nieuwsblad, Het Handelsblad en de Gentenaar. Ze werden later verzameld in boekvorm uitgegeven. Deze "taaltuinen" puilden uit van misprijzen voor alles wat Vlaams was en een onbegrensde verering voor alles wat Nederlands was.

Cultuur
Pas in 1969 verscheen er van de hand van Gerard Walschap een boekje dat de titel droeg "De culturele repressie" dat de trouweloosheid aan het Vlaamse taaleigen aanklaagt. Walschap werd niet gehoord. De Strangers zongen hun eerste liedjes in het AN. Pas in 1960 brachten ze de Sinjorentram uit in dialect. Wannes VandeVelde bracht zijn eerste plaat uit in 1966.

Het was perfect mogelijk om NAAST het dialect een vehiculaire standaardtaal te promoten. Bestaat er een standaard Belgisch-Frans naast het Waals of is de standaardtaal het Frans van de Francophonie uit Parijs, doorspect met een aantal Belgicismen?

Het ABN is als kunstmatige taal verworden tot VerkavelingsVlaams, een conglomeraat van aangevreten Nederlands met invloeden uit de dialecten, in grote mate overheerst door het Brabants, terwijl de authentieke dialecten van de drie grote families met uitsterven bedreigd worden, omdat ze niet op gelijke voet werden behandeld met het ABN. De heropleving van het dialect is voor een groot deel te verklaren als een onderhuidse weerwraak van Limburgers, Vlamingen en Brabanders, die de teloorgang van hun moedertaal alsnog proberen te keren.

De zoektocht naar de taalwortels (roets) van een aantal jongeren is een verzuchting om alsnog voeling te houden met een bedreigde taal, die hun grootouders nog kennen, maar niet als moedertaal hebben doorgegeven aan hun ouders. Om aan dit verwijt te ontkomen wordt tussentaal en dialect in de media toegestaan om de pijn van het verlies te verzachten, met als gevolg dat het nieuwe Belgisch-Vlaams een eenheidsworst wordt, waar niemand om gevraagd heeft en dat velen met een onoverkomelijke frustratie opscheept. Dialectwoordenboeken en -cursussen zijn een doekje voor het bloeden die door een groep doordrijvers gezien worden als een ultieme poging om hun moedertaal te laten overleven.

dinsdag 6 januari 2009

Foneem-vergelijking

ràp(pe) = 1. bn. snel 2. een manier van zingen
rèppe = ww. snel handelen
roope = ww. luid spreken (roept = verkorte 2e en 3e)
roape = 1. ww. van de grond opnemen 2. mv. wortelgewas
reepe = ovt. van roepen
rieëpe = stroken (stof, leer, papier)

voer = ten voordele van
vër = verkorte vorm van voor
vuir = voor (plaats/tijd) vuir de duir - vuir veer eure
vààr = verwijderd van
vour = ploegstreep
veur = wat in brand staat
vèèr = 1. ga met de boot 2. vogelpluim
voar = niet gewend zijn
veer = cijfer 4

bàk = hoeveelheid bier
biek = eten, voedsel
bèk = vogelmond
boek = leesvoer
boik = verteringsplaats
bèèk = smalle waterloop
buik of (beuk - arch.) boom - houtsoort
bok = man van schaap/geit, turntoestel
bouk(e) = boterham

Lange of korte oe

Koek blijft koek in het Antwerps. Soep ook soep.
Met snoep is er wel een andere uitspraak, maar geen lange oe. Dat is net zoals bij boer boor geworden, dus snoop.

Omgekeerd wordt oo uitgesproken als lange oe met naslag. Boor wordt boeër. Naslag (een doffe e) kan toegevoegd worden aan alle klinkers om ze langer te maken. Voor de -r is naslag bijna automatisch. Als er snel gesproken wordt, valt de naslag weg.

Op wordt oep en om oem. Er is zelfs een voorzetsel voer dat zonder nadruk verkort tot vër. nem breef voer/vër aa.(Een brief voor u)

Poep en poop is nog een illustratie van het gegeven korte of lange oe.

maandag 5 januari 2009

Tàànder Aàntwààreps

De bestandsnaam van een blog veranderen is een verregaande ingreep. Voor diegenen die een verbinding met Taender Aentwaereps hadden gemaakt. Mijn verontschuldigingen. Met welk symbool (letterteken) de scherpe Franse àà als lange klinker ook aangegeven wordt, doet eigenlijk niets ter zake. Maar omdat ik de lange aa had voorbehouden voor "bouwen", "gauw", "nu" en "u", maar ook voor ei/ij, was het logisch ze als korte a te gebruiken voor een l. De korte à klank (Frans en scherp) kàt, zàk heeft een lange tegenhanger in kààrek, wààrem.

Maar dat was buiten de waard gerekend, want Blogger neemt geen diacritische tekens aan in bestandsnamen. Vandaar dat deze blog nu alleen oproepbaar is met http://tanderantwerps.blogspot.com/ en niet als tàànderààntwààreps, hoewel deze spelling als nog onbestaand werd bestempeld. Er werd niet bij vermeld dat die bestandsnaam niet aanvaard werd. Eigenmachtig, zonder mijn toestemming heeft Blogger de naam aangepast zoals hij nu is.

En het blijft voor mij als een paal boven water staan dat het letterteken a/aa in een AN woord in de meeste gevallen als een lange tegenhanger van log, kot, mok in het Antwerps loage, koater, moake wordt uitgesproken.

De mand staat klaar in de Twaalfmaandenstraat wordt in het Antwerps
De màànd stoa kleir in de Twèlefmëngdestrot.

zaterdag 20 december 2008

Korte en lange klinkers

Korte en lange klinkers onderscheiden zich niet in de natuur van de klank, enkel in lengte, nl. de tijd hoelang de klinker aangehouden wordt of klinkt.

èè is de lange uitgave van è. Weten (wèète) - ket (kèt)

oe is altijd kort. De lange AN oe wordt oo in het Antwerps

ù (rug) is de scherpe, korte tegenhanger van uu die in het Antwerps als eu voorkomt. (oem de meuren oep te loëpe)

ui is de lange vorm van de doffe e (kort, al dan niet beklemtoond)

à (mat) is de korte vorm van àà (durven)

a (gevolgd door l - stal) wordt lang in aa (u, vrouw en gauw)

o (rot) wordt lang in oa (bloaze)

ie is kort/halflang, de lange ie wordt ee (mier - meer)

(wordt vervolgd)

maandag 15 december 2008

De spreker doet een beroep op de stemmer

De Antwerpse Jan-met-de-pet doet een beroep op de blinde pianostemmer. Wat horen we? en wat zeggen we?

Zeggen we wel wat we horen? of Horen we niet goed wat we zeggen?

Toen ik het artikel over Keufke en de Castafiore herlas, maakte ik me de bedenking als ik geschreven zag staan d'Avontuere van Keufke:
Wat zeggen de mensen als ze "avonturen" of "avonduren" zien staan?
àvonteure of àvontuëre en oavonteure of oavontuëre?
De Nederlandse eu of uu(ë) of ui? (zeur, zuur, zuil)

Kuifje wordt als verkleinwoord kuifke verkort tot këfke (met korte, beklemtoonde doffe e. Kuif wordt als koif /koa.ef/ uitgesproken.
Zit er ook waarheid in de spelling Keufke? De korte u van het Westvlaamse "mug" lijkt ook op een doffe e. De eu van AN. deur is zeker niet in het geding. Het is en blijft een doffe e. Maar. Ik kan de naam van de reporter niet weergeven als Kefke, omdat in het Nederlands de enkele e in een gesloten lettergreep als è (van zèt, mèt, bèd) wordt uitgesproken.

Köfke doet mij nog te veel aan den Dolf denken en de massa Kreuze op soldatenkerkhoven. Bent u het eens om onze held toch Këfke te noemen?

Dan schrijven we ook petëzze in plaats van peteuzze, begëzze, mëzze, bërst, rëst, flëstere, dëster, koerëzje.

We behouden de eu voor meur ipv. muur en breur ipv. broer en schuiven dus ook naar kluir op ipv. kleur. Napoleon heeft ons couleur leren bekennen. Maar de Sansculotten hadden niets in de pap te brokken. Of zeggen we niet wat we horen?

Er is ook een verschil tussen de aa en de àà. Zot van aa. En van Aàntwààrepe! Tussen de aa van naa (AN. nu) gaa (AN. gauw) en kaa (AN. kou) en de àà van wààrek (AN. werk), dààrem (AN. darm), tàànd (AN. tand) of tàànt (AN. tante).

Zeggen we meer als we mier bedoelen? Meir als we een meer (ne plas water) bedoelen?
Miër als we meer (groter dan) willen zeggen?

Zeggen we mooder als we moeder lezen? En boor als we het over nen boer hebben?
Of is het mouder? En bour?